Zaaien

Het hele jaar door kan je zaaien. Vanaf eind januari kan je al beginnen met voorzaaien van eenjarigen voor de zomer. Het klinkt eenvoudig, maar dat is het zeker niet altijd. Bij mij is er ook al regelmatig wat mislukt. Misschien helpt dit artikel jou om niet dezelfde fouten te maken.

Zaaien kan op heel veel manieren, maar soms stelt een zaadje hele bijzondere eisen. Lees daarom goed de tips op de verpakking. Wanneer je meer ervaren bent, kun je hier gerust van afwijken. Sommige soorten kan je namelijk op meerdere momenten in het jaar zaaien. In de winter, nog een lichting in het voorjaar of zelfs in de zomer, zodat ze als plantje de winter doorkomen. Het helpt ook wanneer je weet hoe een plant zich in de natuur uitzaait.

Helleborus zaaien

Neem bijvoorbeeld helleborus. Aan het einde van de bloeitijd, in april tot mei heeft de plant zaaddozen vol met zaden gemaakt. Doordat de zaaddoos verdroogt vallen de zaadjes op de grond. Pas in het jaar erop, wanneer de winterse kou is gepasseerd verschijnen de eerste twee blaadjes. Het zal nog twee jaar (in totaal dus 3 jaar) duren voordat het zaadje tot een bloeiende plant is opgegroeid. Wanneer je dit niet weet, zal je je zaaisel na een paar maanden weggooien, omdat er niets opkomt. Kijk dus goed in je tuin en let op zaailingen. Zo leer je hoe de natuur het doet en kan je het nadoen.

Licht

Natuurlijk is het belangrijk om je bakje na het zaaien in het licht te zetten. Daarnaast is het belangrijk om te weten of het zaad wat je zaait een lichtkiemer is. Dit zijn zaden die direct zonlicht nodig hebben om te kunnen ontkiemen. Deze zaden mogen dus niet bedekt worden met aarde of vermiculiet (kleine steentjes die je ook kunt gebruiken om in te zaaien of je zaaisel mee af te dekken). Een plukbloem die bijvoorbeeld een lichtkiemer is, is tagetes (afrikaantje). Zorg dat ze wel goed vochtig blijven, zonder onder de aarde terecht te komen. Een plantenspuit is een handige manier om deze soorten te bevochtigen.

Hoe dieper je de zaden zaait, hoe minder licht. Als stelregel kan je aanhouden dat je twee keer zo diep zaait als het zaad groot is. Heel klein zaad zaai je dus oppervlakkig, groter zaad kan wel wat dieper. Let op: je zaait snel te diep!

De meeste soorten zijn donkerkiemers. Deze zaden kiemen het best in het donker, onder de aarde. Wanneer ze klein zijn en je ze dus niet te diep zaait is het soms nog te licht voor ze. Het helpt dan om je zaaisel af te dekken, zodat het toch donker genoeg is.

Temperatuur

Ook de warmte speelt een rol bij het kiemen. Zaden zijn als het ware in slaap en om ze wakker te maken hebben ze soms koude nodig. Dit speelt bijvoorbeeld een rol bij het doorbreken van de kiemrust bij ridderspoor. Deze soort zaden worden ook wel koudekiemers genoemd. Ik zet ze vaak even buiten neer of zaai in de herfst en laat de winter erover komen. Je kan ook de koelkast hiervoor gebruiken.

Tropische soorten hebben natuurlijk veel warmte nodig en vocht! Hiervoor heb je extra verwarming nodig (verwarmingsmatje of propagator) om ze tot kiemen te krijgen. Onder de plukbloemen vind je die niet zo veel. Zet je planten dus liever iets te fris. Wanneer het kiemen niet gaat, kan je ze altijd wat warmer zetten. Wanneer ze te warm staan kunnen ze opnieuw in rust gaan en vind er geen kieming plaats.

Veel soorten kiemen binnenshuis prima. Anderen kunnen ook in een koude kas of onverwarmde serre aan huis. Let op vorst, soorten die niet tegen vorst kunnen moeten echt in een vorstvrije ruimte opgekweekt worden.

zaaien
In een kasje creëer je een hoge luchtvochtigheid. Hierdoor hoef je nauwelijks water te geven aan je zaailingen.

Water

Water is van levensbelang in het eerste stadium van ontkieming. Het water laat de zaadlobben zwellen en hierdoor knapt het zaad open. Zo kan het voeding en water opnemen en gaan groeien. Het moet vooral constant vochtig maar niet kleddernat zijn.

Luchtige grond

Het zaad moet kunnen ademen om voedsel tot zich te kunnen nemen. Het heeft dus lucht en licht nodig. Daarom is het van belang om de gebruikte potgrond niet te veel aan te stampen. Om de grond luchtig te houden, kan je het ook mengen met wat grof zand en/of vermiculiet erboven op.

Verspenen

Dit woord gebruik ik veel en is misschien wat onbekend. Het betekent het verplaatsen van zaailingen (kleine plantjes) naar een grotere pot. Hierdoor krijgen ze de ruimte om verder uit te groeien. Vaak zaai ik een gedeelte van een zakje zaad in een bakje. Wanneer het zaad kiemt verschijnen er twee kiemblaadjes. Vervolgens verschijnen er ‘echte blaadjes’, deze hebben de vorm van de volwassen plant. Wanneer er twee of meer echte blaadjes zijn verschenen, is het wortelgestel voldoende ontwikkelt om de plantjes te kunnen verplaatsen. Doe dit wel voorzichtig en trek nooit aan de worteltjes. Deze breken namelijk snel af en dan is het project mislukt. Zelf zaai ik altijd in kleinere hoeveelheden, zodat ik nog zaad over heb om bij een mislukking het nog eens te proberen.

Eigenwijze types

Er zijn soorten die nog een extra behandeling nodig hebben om tot kiemen te komen. Bijvoorbeeld het opschuren, kapot maken, van het zaad vooraf. Of eerst een periode weken in water voordat je zaait. Zelf heb ik hier geen ervaring mee. Wil je meer achtergrondinformatie en tips over het zaaien van bloemen? Kijk dan eens op de volgende websites.

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *